De perfecte zomer dag

Appels plukken in een verlaten boomgaard (klinkt ‘verlaten boomgaard’ niet supper romantisch? In het engels klinkt het nog beter. ‘Deserted orchard’. Aaaah :))

De aardbeien zijn er nog!

Besjes voor kleine jongens

Appeltjes eten.

Ik denk dat God deze boomgaard hier voor ons heeft laten groeien.

Jaja. Misschien een beetje zelf-ingenomen.

Naar huis wandelen om naar bedje te gaan.

De Australie kleren aan, om ook nog wat sentimenteel aan Aunty Cel te kunnen denken. En de onbekende Uncle Al.

Net zoals de kippen in de tuin me als een ‘homesteader’ laten voelen, laat deze boomgaard me als een pionier op het frontier voelen. Eten uit het wild, weet je wel.

Ik denk dat ik deze winter aan deze dag ga terugdenken. Als ik twee dikke truien aan heb en drie paar sokken en me afvraag hoe het voelde toen het zomer was.

Dit is voor mij de perfecte zomerdag.

Wat is jou idee van ee perfecte zomerdag? Heb je hem gehad deze zomer?

?

?

[…]

Over babies die de zee in een slok willen

Als Gabri?l drinkt en het gaat niet zo snel als hij wil dat het gaat, begint hij te schreeuwen. Hij stopt met drinken en maakt zich zo druk dat hij helemaal hysterisch wordt, voetjes en handjes al rondzwaaiend in de lucht; hij vindt het veel fijner om alles in een teug te kunnen binnenslokken. Soms betrap ik mezelf erop dat ik het ook doe.

God zegt dat Hij me de kracht zal geven die ik nodig heb wanneer ik die nodig heb. Hij gaat me niet zomaar superwoman maken of me mijn hele leven geven in een seconde. Ik moet doorgaan, een stap in vertrouwen nemen, en Hij zal daar zijn. Zoals Petrus die op het water liep. Gewoon niet zo eng. (Echt! Ik ben eens gaan snorkelen en ik was zo bang dat ik bijna stierf toen ik naar de diepe, donkere plaatsen onder mij keek. Aan de andere kant…Petrus had geen duikbril en hij kon die diepe donkere plaatsen dus ook niet zo goed zien) Als ik ga stampen met mijn voeten omdat het me niet aanstaat is dat bijlange niet zo acceptabel als wanneer Gabri?l dat doet. Zelfs voor hem is het riskant. […]

Klein

Ik ga het water in, en ik voel me groot. Opgewonden en me sterk voordoend ga ik het ijskoude water in, al lachend met mijn man en schoonzus die nog altijd in het ondiepe staan en niet verder de bevriezende natheid in willen. Mijn hoofd net diep genoeg in het water zodat mijn duikbril onder water blijft, en hoog genoeg zodat mijn luchtbuis voor zuurstof boven water blijft, drijf ik op de zachte golven. De vorige keer dat ik ging snorkelen was het toverachtig. De zon schitterde en ik voelde me net een zeemeermin, zwemmend tussen een school vissen. Ik kon ze bijna aanraken. Deze keer schijnt de zon niet. Ik zie vissen, coralen en het zeewier drijft er ontwijkend tussen, maar deze keer is het water donker en bedrijgend. Plots stop ik. Er is een diepe scheur in de grond, een grote kloof. Het is angstaanjagend. Alsof er ineens iets mijn voet kan vastgrijpen en me naar beneden trekken. Niet meer stoer of groot bibber ik en wacht op Mike. Hij wil dat ik de gele dobber aanraak. We zwemmen er naartoe, maar ik moet mezelf forceren; Iets aan die diepe, donkere geulen maakt be doodsbang. Ik raak het […]