Caleb

Caleb
Caleb wou het moeilijkste deel.

Hij ging zomaar eventjes het moeilijkste deel vragen.

Niet de mooie, klaar liggende velden die Gad en Ruben wouden.

Niet wat Manasse vroeg: nog wat meer land, land dat niet meer moest worden ontbost, waar geen Kanaanieten woonden.

Hij vroeg voor de bergen met de versterkte steden met hun reuzen.

Want 45 jaar geleden had God hem beloofd dat het land waarop hij gelopen had het zijne zou zijn.

En hij wist dat God zijn beloften zou houden. Altijd. Hij had 45 jaar gewacht en hij was niet gestopt met op God te vertrouwen.

Die 45 jaren waren niet Caleb zijn fout. Maar hij moest ze nog steed doorlopen.

Hij vergat het niet. De opdracht: wees vastberaden en standvastig. Ook in de lange, lange jaren.

En God hield Zijn belofte.

Omdat Caleb Hem met zijn hele hart had gevolgd. Omdat hij met een ‘andere geest bezield’ was.

Hij, die vroeg om de berg met de reuzen, en of hij er alsjeblieft om mocht gaan vechten.

Ik kan maar niet stoppen met te denken aan Caleb, en hoe hij de zegening in het moeilijke zag.

Op zijn 85ste, 45 lange jaren nadat hij zijn erfenis had moeten ontvangen, stond hij nog steeds klaar om samen met God het land in te gaan, en ervoor te vechten. Hij deinsde nog steeds niet terug voor moeilijke, zware tijden.

Want hij was er zeker van, zo heel zeker: waar we ons ook maar bevinden, God zal altijd bij ons zijn.
To share the Thinkings...Share on Facebook
Facebook
Share on Google+
Google+
Tweet about this on Twitter
Twitter
Print this page
Print
Pin on Pinterest
Pinterest

Leave a Reply

  

  

  

  

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.