De betovering begint

De zon schijnt in de koude, heldere lucht en kleine witte wolkjes drijven er moeiteloos door.

De vogels zingen weer een lied, en ik vraag me af in welk warm land ze deze winter kampeerden.

Ik weet best wel dat ze niet naar huis zijn gekomen om mij een hart onder de riem te steken, te bewijzen dat de zomer echt wel komt. Ze kwamen om nestjes te bouwen in heggen en struiken en bomen, om voor te bereiden voor de komst van hun eitjes.

Ik ben in ieder geval heel blij dat ze terug gekomen zijn. Het lied dat ze zingen terwijl ze werken maakt alles leuker.

Sommige bomen worden al weer roze, mooier dan de allermooiste prinsessen jurk. De betovering is begonnen.

Kinderen die vervelend zijn van de lang gevangenschap in huis tijdens de winter gaan naar buiten en ontdekken wonderlijke dingen die ze al wel duizend keer gezien hebben.

Het is deze keer, meer dan al die andere keren, nieuw en verrukkelijk en ongelooflijk bijzonder.

In andere gewesten en toch ook helemaal hier, is er de God van alles. De God van de bergen die wij proberen te beklimmen, de zee├źn die wij niet kunnen […]

Wat ze allemaal zeggen

Wat ze allemaal zeggen

De bomen zeggen het, terwijl het kleverige sap door hun aders stroomt, naar bladeren die zuurstof maken zodat wij kunnen ademen, en leven.

Dat God groot is.

De zon straalt het uit met zijn warmte, van 150 miljoen kilometer ver weg. Hij warmt ons op, en stuurt met de zonnestralen die doorheen de ruimte naar ons toe reizen energie voor ons mee, zodat onze huid het in vitamines kan omzetten.

Drie kleine jongens die binnenin mij echte mensen werden, en nu naast mij worden, iedere dag een beetje meer.

Oogjes vol bewondering die wonderen zien, en dat is het wonder dat ik mag zien.

Dat God groot is.

 

De zomer die komt, waar iedereen naar uit kijkt. Hoop straalt uit in onze harten, schiet omhoog als vuurwerk in de nacht.

Herinnert ons dat Hij groot is.

De mysterie in onze harten die naar iets verlangen. Iets ontastsbaars, onbereikbaar dat dan zichtbaar en tastbaar word als we houden van anderen, de zon op onze huid voelen, en iets moois maken.

Dat God groot is.

De aanwezigheid van God die we overal in het dagelijkse leven vinden en waar we tegelijkertijd voor moeten zoeken en graven als een schat in […]

de hoop die er altijd is

De bomen houden het een hele winter verstopt: het leven dat door hun aders stroomt.

Soms heb ik onbewust gedacht dat ze dood waren.

Ondertussen maakte de lucht boven de bomen een ondoordringbare scheiding tussen ons en de zon door een grijze deken van donzige wolken te spreiden van horizon tot horizon.

Het duurt niet meer lang voordat die donzige winter deken zal verdwijnen. De narcissen komen als eerste al tevoorschijn.

Al die maanden zaten ze, met enkel de belofte van wat ze zouden worden, in een soort ajuintje in de grond. Om nu naar boven te komen.

Al dat stille wachten, stille groeien, en we mogen het nu zien. Iedereen wordt er blij van, en volgend jaar doen ze het weer.

Gele wondertjes langs de weg en niemand kan het laten van ernaar te kijken, iedereen weet het. De lente komt. Kleine dunne gele blaadjes zaaien hoop in onze harten.

Hoop.

Ik wil het altijd voelen. Ik wil lachen en dansen in de zonneschijn en mij wentelen in het vreugdevolle weten, zien en geloven dat alles goed komt en dat er een fel, glanzend, brandend licht aan het einde van de weg is.

Dat die weg nog maar […]

De blauwe lucht

 

Ik houd het allermeeste van de lucht als hij helder blauw is.

Nog liever vind ik hem als er hete, krullende warmte door zweeft.Nu is hij helder, en ijskoud. Zo vind ik hem ook wel mooi, maar niet zo lief.

Hij bijt.

De bomen hebben hun blaadjes laten vallen. Ze willen hun zacht groene blaadjes zo’n koude niet laten doorstaan.

Weet de koude, blauwe lucht dat de takken groen zijn van binnen? Weet hij dat het net fabrieken zijn, in volle voorbereiding voor wat komen gaat?

Want als de zwoele, krullende, mistige warmte de bijtende koude uit de lucht verdrijft, dan komen er wel duizenden, miljoenen blaadjes tevoorschijn.

Dan komen er kindjes tevoorschijn uit alle huizen, met blote voetjes.

Het gras vindt het misschien wat vermoeiend om de hele dag vertrapt te worden, maar het is sterk. Het wipt altijd terug naar boven.

“Kom maar, kindertjes,” zegt het. “Jullie zijn erg vermoeiend, maar ik heb jullie toch zo heel graag hier bij mij. Ren maar over me heen en weer. Spelen jullie straks, als het zo warm is en ik de hele dag dorst heb, zo van die fijne spelletjes met water? Dat gaat geweldig zijn.”

Ik […]

Liefde

Liefde

Gisteren betekende liefde dat jij van mij hield toen ik slechtgezind was en de hele dag Dickens las (en de kinderen wild los liet lopen) in een poging om de pijn te vergeten.

Het zag er niet zo mooi uit.

En toen jij om 5 uur naar beneden kwam, stuurde je me naar boven om in bad te gaan. Jij maakte het avondeten en gaf de jongens hun eten alvast.

Gisteren betekende liefde dat je na 10 uur nog naar beneden ging om hoppe-thee te maken. Zoals al die andere keren.

Vandaag zag liefde er uit als ik, die jou ontbijt van pannenkoekjes en koffie naar boven naar je kantoor bracht. Al was ik een beetje geirriteerd dat je niet naar beneden kwam om te eten, en ik even overwogen had om je doodleuk te laten verhongeren tot het middageten.

Liefde betekent blijven, zelfs al wil ik hard en snel weg rennen. En ik houd van jou. Ook als ik het alleen weet en het helemaal niet voel.

Ik houd van jou, omdat ik het beloofd heb. Ik heb beloofd dat ik zou blijven in de moeilijke tijden en hoewel er tijden zijn geweest dat ik wenste dat […]

Caleb

Caleb wou het moeilijkste deel.

Hij ging zomaar eventjes het moeilijkste deel vragen.

Niet de mooie, klaar liggende velden die Gad en Ruben wouden.

Niet wat Manasse vroeg: nog wat meer land, land dat niet meer moest worden ontbost, waar geen Kanaanieten woonden.

Hij vroeg voor de bergen met de versterkte steden met hun reuzen.

Want 45 jaar geleden had God hem beloofd dat het land waarop hij gelopen had het zijne zou zijn.

En hij wist dat God zijn beloften zou houden. Altijd. Hij had 45 jaar gewacht en hij was niet gestopt met op God te vertrouwen.

Die 45 jaren waren niet Caleb zijn fout. Maar hij moest ze nog steed doorlopen.

Hij vergat het niet. De opdracht: wees vastberaden en standvastig. Ook in de lange, lange jaren.

En God hield Zijn belofte.

Omdat Caleb Hem met zijn hele hart had gevolgd. Omdat hij met een ‘andere geest bezield’ was.

Hij, die vroeg om de berg met de reuzen, en of hij er alsjeblieft om mocht gaan vechten.

Ik kan maar niet stoppen met te denken aan Caleb, en hoe hij de zegening in het moeilijke zag.

Op zijn 85ste, 45 lange jaren nadat hij zijn […]

Zo heel rustigjes aan

Ik klaag wel eens dat het leven te snel gaat.

En dan haast ik jou.

Ik vind dat alles te snel gaat, en te druk is.

En dan zeg ik dat jij door moet doen.

Je doet dat zo goed. Traag leven.

De tandenstoker valt, en heel traag sta je op van je stoel. Je kruipt onder de tafel en je vindt niet alleen de tandenstoker, maar ook een balletje en een lepel. Dat vind je heerlijk.

Je mondje vormt zich in een ondeugende, vergenoegde glimlach. Je wangetjes gaan mee, verrukkelijk!

De kaas is verloren. Je kijkt je t-shirt na. Je broek. Je stoel. Je duwt de stoel weg van de tafel en met moeite houd ik mezelf tegen om het gewoon even voor je te doen. Een paar minuten later vind je de kaas onder de tafel. Je kleine vingers wrijven over de kaas, genietend van de textuur. Mij ziet het er weerzinwekkend uit. Voor jou is het een stukje goud.

Ik zeg dat je je bord NU moet leeg eten.

Je draait rond op je stoel in een nooit-eindigende dans. Je botst tegen je bord en je beker melk.

Alles wat ik kan zien is de mogelijkheid […]