Zo heel rustigjes aan

Ik klaag wel eens dat het leven te snel gaat.

En dan haast ik jou.

Ik vind dat alles te snel gaat, en te druk is.

En dan zeg ik dat jij door moet doen.

Je doet dat zo goed. Traag leven.

De tandenstoker valt, en heel traag sta je op van je stoel. Je kruipt onder de tafel en je vindt niet alleen de tandenstoker, maar ook een balletje en een lepel. Dat vind je heerlijk.

Je mondje vormt zich in een ondeugende, vergenoegde glimlach. Je wangetjes gaan mee, verrukkelijk!

De kaas is verloren. Je kijkt je t-shirt na. Je broek. Je stoel. Je duwt de stoel weg van de tafel en met moeite houd ik mezelf tegen om het gewoon even voor je te doen. Een paar minuten later vind je de kaas onder de tafel. Je kleine vingers wrijven over de kaas, genietend van de textuur. Mij ziet het er weerzinwekkend uit. Voor jou is het een stukje goud.

Ik zeg dat je je bord NU moet leeg eten.

Je draait rond op je stoel in een nooit-eindigende dans. Je botst tegen je bord en je beker melk.

Alles wat ik kan zien is de mogelijkheid […]

Die keer dat ik mijn benen wou breken. Ook wel getiteld “In which I feel like sh*t”

Ik zou graag energie hebben en me geweldig voelen. En dan bedoel ik: ik wou dat ik geen Fibromyalgie had.

Daar wil ik mee zeggen, ik wou dat ik niet constant hoofdpijn had, ik wou dat ik niet 6 op de 10 dagen keel- en/of oorpijn had. Ik wou dat ik niet het gevoel had dat ik van net onder mijn huid tot aan mijn botten aan het branden was op de slechtere dagen, dat het niet was alsof er gigantische rekkers waren teruggesprongen over mijn hele lichaam. Want altijd als ik een rekkertje wil schieten, springt het terug.

Ik wou dat ik geen lage rugpijn, nek en schouder pijn had. Dat ik niet op willekeurige plaatsen scherpe pijnen had en dat ik me niet uitgeput en koortsachtig zou voelen. Ik wou dat havermoutpap roeren, aardappelen pureren en kinderen opheffen, autogordels vastklikken en zitten en staan en niet de hele dag in bed liggen met een warme water fles niet zo erg veel pijn en zo heel erg vermoeiend zou zijn.

Ik wou dat ik geen spieren had die me vertelden dat ze ontstoken waren terwijl die ontsteking maar in hun verbeelding zijn. Wie wist er dat spieren verbeelding […]