vinden en zoeken en zijn

Ik zoek altijd maar naar iets.

Ik weet niet goed wat.

Iets.

Iets wat ik wil doen.

Iemand die ik wil zijn. Ze vlucht voor mij weg, alsof ze vindt dat ik er nog niet klaar voor ben. Of, mij kennende, gewoon om mij te pesten.

Ik blijf zoeken, en ondertussen ben ik gewoon even.

Hij zoekt mij. Een versleten dekentje en een beertje dat zijn huid stillaan verliest reizen met hem mee. Hij weet heel goed wat hij zoekt.

Mij.

Het kan hem volstrekt niets schelen dat ik eigenlijk moet staan huilen over een ajuin.

Ik ga zitten met hem op mijn schoot en hij wil mij best wel delen met mijn boek.

Hij heeft mij gevonden. Ik houd hem stevig vast en zijn haar ruikt naar de zomer en de zon. Ik snuif de geur op als een verslaafde, want dat ben ik.

Dit ben ik. Ik ben gewoon even een mama die een zanderig kopje een kusje geeft. Het kopje duikt weg onder mijn kin.

Ik draai heel traag mijn hoofd weg, naar mijn boek.

We zitten hier samen. Te zijn.

Zijn is misschien wel het belangerijkste wat je kan doen.

Zo zitten wij hier, […]

Bloed dat mag en bloed dat niet mag

“Doe het nu maar zelf”, zeg ik.

“Ga eens spelen.”

Ik wou dat hij al groot was.

“Stel je niet aan.” “Je bent een zeurpiet.” “Bloed is niet erg. Dat geneest wel terug.”

Ik denk dan weleens dat mijn empathie en mijn bezorgde moederhart ver te zoeken zijn.

Maar daar zijn ze: Iemand doet zijn hartje pijn…

Diep vanbinnen voel ik een woeste orkaan opkomen, gericht naar de oorzaak van zijn verdriet.

Bloed uit je vel: dat komt wel goed.

Bloed uit je hart: dat is erg.

Ik wil hem vasthouden, heel dichtbij. Alsof ik al de hartzeer die deze wereld kan geven kan tegenhouden. Alsof ik hem zo kan beschermen.

En toch neem ik mijn armen telkens weer weg, pers ik hem opnieuw de wijde wereld in.

Ik voel mijn wenkbrouwen fronsen met bezorgdheid, en ik voel zijn pijn ook diep binnen in mij.

Al de pijn die ik ooit gevoeld heb, komt weer bovendrijven als olie op het heldere water. Maak ik me nu zorgen om zijn pijn? Of om de mijne?

Ik kijk hem na als hij verder gaat, een stukje van de wereld in, zonder mij.

Omdat ik ook wel weet dat een beetje […]

Het laatste uur van deze dag

De dag is al een hele tijd geleden de nacht ingegleden.

Kinderlijfjes liggen bezweet over hun dekens heen gedrapeerd. Drie buikjes bewegen zich met kleine zuchtjes op en neer, en drie kleine mondjes hangen open om de lucht wat efficienter binnen en buiten te kunnen laten.

Achter gesloten oogleden ontwaken er kleine jongens in een andere wereld, verslaan ze draken en vliegen ze over de daken.

Naast mij ligt hun papa, waar ik ze allemaal in mindere of meerdere mate in terug kan vinden. Zijn zware ademhaling kan je net geen snurken noemen en zijn mond hangt net zo als die van hen een beetje open.

Ik ga nog even naar beneden om de deur te sluiten, en ik kan het niet laten om nog even naar buiten te gaan.

Om op het vochtige gras te gaan liggen en de nachtlucht in te kijken. De sterren staren terug.

Zij zien de dag van morgen al aankomen, ver, ver over de horizon. Ik smeek hen om hem nog af te houden. Ze staren steeds maar zwijgend terug.

De koude avond sluipt rond me heen, kruipt over mijn huid heen alsof hij een verfborstel is met kippenvel-verf.

Ik wil nog niet […]

wat ik nodig heb

Ik ben gekocht met een prijs. Maar Hij zal me opgeven als dat is wat ik wil. Ik kan wegwandelen en Hij zal me laten gaan.

Ik doe het niet, want ik wil gekocht worden. Ik wil gekocht worden, gered en gemaakt worden.

Ik wil zijn wie Hij zag toen Hij mijn ziel maakte.

Want ik weet niet altijd wie ik ben, en wat ik moet doen. Ik weet niet altijd wie ik wil zijn, en wat ik wil doen.En soms ben ik wie ik niet wil zijn en doe ik wat ik niet wil doen, niet wetend hoe te stoppen.

Degene die mij gemaakt en gekocht heeft toen ik in de verkeerde handen viel, Hij weet hoe Hij me moet vormen tot wie ik eigenlijk moest zijn.

Hij houd me dicht bij Zijn hart tot ik het kan horen kloppen, en toont me wie ik kan zijn.

Ik blijf en vertrouw en ik voel dat het water het vuil van me afwast, vuil waar ik niet eens van wist dat het er was.

Eventjes voelt het alsof Hij de oorzaak van het vuil is. Ik denk erover om mijn rug naar Hem toe te keren, weg van […]

Nooit alleen

Tien dagen lang maakten paarse bloemen een deken die de bodem van het Hallerbos bedekte en duizenden mensen betoverde.

De hyacinthen doen het ieder jaar: een jaar lang voorbereiden om dan, 10 korte dagen, de mensheid een blik te gunnen in perfectie.Ze zijn fragiel, breekbaar en overal.

Als er iemand op de bloemen stapt komen die het nooit te boven.

Hun zaadjes misschien wel, maar als er onvoorzichtige schoenen meer den 25 keer over de bosgrond lopen hebben de zaadjes geen kans om wortel te schieten.

Het duurt jaren en dan nog wat voordat de omringende bloemen dichterbij kunnen komen, om het lege gat op te vullen.

Het kan moeilijk zijn om terug recht te komen, als het leven je telkens weer neer smijt. Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

En het kan voelen alsof het het allemaal niet waard is, als mensen over je heen lopen alsof je er niet eens bent. Als het leven je naar beneden zuigt als een golf in de oceaan, en je in de diepte achterlaat.

Het is ongelofelijk cliche… maar je bent nooit alleen.

Zelfs in de donkere diepte, in de zwarte verdoving die om je heen kruipt en […]

Vroeger in nu

Vroeger is voorbij, en blijft altijd bij je.

Ik wil weleens terug naar vroeger. Naar wie ik was. Naar een plekje dat thuis was. Naar mensen die toen bij mijn verhaal hoorden.

Ik heb vastgehouden aan mijn verleden en ik heb de tijd terug willen draaien.

Ik heb gedacht dat ik, moest ik dat kunnen, wel wat dingen van nu terug zou willen nemen naar toen.

En ik heb gedacht dat ik, moest ik dat kunnen, nog meer dingen in het nu zou laten liggen.

Maar vroeger was toen, en nu is nu.

Vroeger ligt achter mij, en nu ligt rondom mij. Dan moet nog komen.

Toch ligt wat achter mij is ook een stukje in mij. Als een schaduw die voor altijd in een spiegel blijft staan.

En als een wit plastic potje waar nog jaren lang de rode kleur van de spaghettisaus in achterblijft.

Ik heb mijn kindertijd als een last beschouwd, iets om te vergeten. En ik heb het bezien als het enige dat er toe doet, iets om me angstvallig aan vast te klampen als al het andere in mijn leven en in de wereld onzeker lijkt.

Ik heb gezien dat het […]

Klein zijn

Al vanaf dat we nog maar heel erg klein zijn willen we heel erg graag groot zijn.

Mamas en papas en juffen en meesters zeggen, of het is dan toch wenselijk dat ze zeggen, dat we belangrijk en uniek en speciaal en bijzonder zijn.

En dan worden we groter en dan zien we dat we eigenlijk maar kleine stipjes zijn. Stipjes onder stipjes, als zandkorreltjes op het strand.

We zijn niet meteen gediend met dat gevoel.

Dus gaan we op een verhoogje staan. We zwaaien met onze armen heen en weer. En mensen lopen ons straal voorbij.

We slaken een diepe zucht en zwaaien nog eens halfhartig in het rond alvorens moedeloos te gaan zitten.

Zandkorreltjes berusten zich dan misschien in het feit dat ze deel van een geheel zijn, dat ze niet apart op een verhoogje gezet worden om boven al de andere zandkorreltjes bewonderd te worden, wij berusten ons daar niet in.

Wij willen gezien worden, en liefst alleen. Het aantal bewonderaars is nooit genoeg. We voelen ons altijd uit, ondanks de hoge aantallen die sommigen onders ons wel zien vast te krijgen.

Alsof er een elite in-groep is, en als je daar maar deel van […]