Mama en het jongetje

outsidejoy
De zon schijnt en hij wil zijn jasje aan doen.

Ik pak z’n handje vast en we wandelen naar buiten, de zon in. De tuin is een grote rommel, maar dat stoort hem niet. Hij ziet blaadjes en een balletje, zand en een leeg potje.
Ik loop verder. Hij grinnikt.

Pas als ik halverwege het padje ben begint hij sneller te stappen. Hij dabbert naar me toe, gelukzaligheid in z’n snoetje. Helemaal aan het stralen van de zon, die haar licht best wel wil delen. Bij de kipjes stoppen de schoentjes, en het handje grijpt naar het hek. Het is maar krakkemikkig, dus hij kan het lekker heen en weer bewegen. De kipjes komen aan de draad staan, vol hoop op nog wat lekkers. De graantjes die ze krijgen vinden ze maar zo-zo. De appelschillen en de pap vinden ze al beter. Misschien hopen ze op wat gras, want soms is er van dat lekkers uit dat kleine handje te krijgen.

De schoentjes staan in de vieze modder, tussen het padje en de draad. Ik pak het kleine ventje op en hij kijkt achterom, naar zijn vriendjes, de kipjes. Hij kijkt een vaarwelletje.

Ik zet hem voor de zijdeur neer. Hij is helemaal niet gelukkig meer. Hij wil terug. Maar dat wil ik net niet. Ik pak hem vast, doe zijn jasje uit, en we zijn binnen. Daar is hij niet mee gediend!

Maar ik ben niet voor niets mama. Mama weet dat een flesje en een olifantje en een tutje wondertjes kunnen doen voor zijn kleine hartje. We vinden de fles en zoeken het olifantje. De gelukzaligheid is weer in zijn gezichtje.

Dan zit ik boven. De kindjes allebei in hun bedje. En ik luister naar het kleine dreumesje, dat nog liedjes zingt over de kipjes, en de zon.

To share the Thinkings...Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPrint this pagePin on Pinterest

Leave a Reply