Papa’s boy

P1090197

Gillend en lachend verwelkomen de jongens hun papa. Ze hebben de hele dag op hem gewacht. Vanaf dat hij vanochtend de deur uitstapte, en ze brullend aan het raam stonden. Ze vonden dat ze een heel er tragisch leven hadden.

Nadat we samen een hoge duplo toren gebouwd hebben en de oudste die om mocht ?schoppen, besloten ze dat het leven toch nog wel de moeite waard was.

Gabri?l doet nog een slaapje in de voormiddag. Daarna, beloof ik aan Abel, zullen we naar Izaak gaan. Zijn gezich wordt een lachje. Een stralend, grinnikend, ondeugend lachje. Volgens hem is baby nu wel gedaan met slapen. Ik zeg van niet. 5 minuten later is baby toch wel echt klaar met slapen, vertelt Abeltje aan mama. Maar mama is het niet met hem eens.

We maken een trein, een berg van kussens om in te springen, kieperen de speelgoed dozen van de autos en babyspeeltjes omver, we tekenen Abel zijn hand, gaan de post halen, en eten rozijntjes. Dan horen we boven een geluidje. ?We rennen de trap op en het geluidje wordt een weentje. Het weentje wordt al snel een lachje als mama het kindje vast heeft en Abel het broertje een kusje geeft. “Izzzzaaaaaaaaaaaaaaaaaaak!!”. Jaja.

Het leven is weer een tragische boel als we op het pamperkussen moeten liggen. Tranen, jammeren een weeklachten. ‘Izzaahaahaaak”.
Er komt toch een einde aan.

Rennen naar de jasjes, klimmen in de koets, en daar gaan we. We stappen de vijf huizen voorbij die tussen ons en de geliefde Izaak staan. En we kloppen aan het raam bij de speelhoek. Eerst zien we niemand. Het is donker en stil. Zijn gezichtje is al een beetje teleurgesteld. ‘Izaak weg?’.
We kloppen nog eens.


P1090262

En daar zijn ze. Twee witte hoofdjes. Blauwe oogjes en blonde haartjes, witte gezichtjes met grote lachjes. Ze rennen snel weg om mama te halen. Daar gaat de deur al open. Izaak en Abel omhelzen elkaar onhandig in hun onstuimige blijheid. Ze zijn meteen weg in een land dat ik vergeten was. Een land waar stoelen treinen zijn, waar een houten stok een microfoon is, of een gsm, waar een bank een springkasteel of een vliegtuig is en waar je met z’n vieren rond een gitaar luidkeels kan staan zingen zonder je te generen. Want je bent een ster. Dat weet iedereen toch!

To share the Thinkings...Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPrint this pagePin on Pinterest

Leave a Reply